Poliepen van de baarmoederhals

Pagina afdrukken
Stuur dit artikel door naar een bekende
Inleiding
Oorzaken
Verschijnselen
Diagnose
Behandeling
Prognose
Meer informatie

Inleiding

Een poliep van de baarmoederhals (cervixpoliep) is een bolvormig gesteeld gezwel aan dat vanaf het oppervlak van de cervix uitsteekt. Poliepen zijn de meest voorkomende gezwellen van de baarmoederhals. Het worden ook pseudotumoren genoemd. Vaak is er sprake van een muceuze poliep.

Oorzaken

Poliepen van de baarmoederhals zijn soms het gevolg van ontstekingen of houden verband met een zwangerschap. In sommige gevallen is de oorzaak van poliepen van de baarmoederhals onbekend.

Verschijnselen

Sommige patiënten met poliepen van de baarmoederhals hebben geen klachten. In enkele gevallen veroorzaken de poliepen vaginale bloedingen of vaginale afscheiding.

Diagnose

De diagnose poliepen van de baarmoederhals is gebaseerd op de klachten en een lichamelijk onderzoek van de patiënt. Poliepen van de cervix worden meestal bij toeval ontdekt of tijdens operatieve ingrepen aan het baarmoederhalskanaal. Soms worden poliepen ontdekt tijdens het maken van een uitstrijkje van de baarmoederhals. Bij vrouwen na de menopauze wordt de diagnose soms gesteld tijdens een hysteroscopie of een diagnostische curettage.

Behandeling

Poliepen van de baarmoederhals worden via excisie (operatieve verwijdering) behandeld. De poliep wordt met een ringpincet vastgepakt en van zijn steel aan het oppervlak van de baarmoederhals losgedraaid. Bij het verwijderen van baarmoederhalspoliepen bij zwangere vrouwen moet zorgvuldig worden gehandeld, omdat de baarmoederhals tijdens de zwangerschap een rijke bloedtoevoer heeft. Bij vrouwen na de menopauze wordt soms een curettage uitgevoerd nadat de cervixpoliep operatief is verwijderd.

Prognose

De poliepen van de baarmoederhals zijn meestal stabiel en niet kwaadaardig. De belangrijkste complicatie van baarmoederhalspoliepen is dat in zeldzame gevallen kwaadaardige tumoren ontstaan. Soms gaan de poliepen gepaard met tumoren van de binnenbekleding van de baarmoeder.

Meer informatie

health.allrefer.com
Informatieve medische site met medische afbeeldingen (USA)

Adelson, M.D, Adelson, K.L. (2000), Miscellaneous Benign Disorders of the Upper Genital Tract, in: Copeland, L.J, Jarrell, J.F. (eds), Textbook of Gynecology, W.B. Saunders Company, London.

Neri, A, Kaplan, B, Rabinerson, D, Ovadia, J, Braslavsky, D. (1995), “Cervical polyp in the menopause and the need for fractional dilatation and curettage”, European journal of obstetrics, gynecology, and reproductive biology, vol. 62, no. 1, pp. 53-55.

Shiromizu, K, Ryou, E, Tsukagoshi, T, et al. (1993), “Diagnostic problems relating to uterine cervical polyps with malignancy”, Asia Oceania J Obstet Gynaecol, vol. 19, no. 3, pp. 257-260.

Vilodre, L.C, Bertat, R, Petters, R, Reis, F.M. (1997), “Cervical polyp as risk factor for hysteroscopically diagnosed endometrial polyps”, Gynecologic and obstetric investigation, vol. 44, no. 3, pp. 191-195.

Bron: LSHTM
Copyright: Medicinfo
Datum: 25/06/2008