Hartinfarct - subendocardiaal infarct

Pagina afdrukken
Stuur dit artikel door naar een bekende
Hartinfarct (myocardinfarct)
Subendocardiaal hartinfarct
Oorzaken
Bloedvoorziening van het hart
Verschijnselen van een hartinfarct
Diagnose van een subendocardiaal hartinfarct
Andere onderzoeken voor de diagnose van een hartinfarct
Behandeling
Complicaties van een hartinfarct
Meer informatie

Hartinfarct (myocardinfarct)

Van een hartinfarct of myocardinfarct is sprake als een deel van de hartspier (het myocard) afsterft doordat de bloedtoevoer naar dat deel is afgesneden. De oorzaak hiervan is meestal een bloedstolsel (trombus) of een stukje van een gescheurde atherosclerotische plaque (een laagje vettig materiaal dat zich heeft afgezet op de binnenwand van een slagader, ook wel bekend als aderverkalking).

Subendocardiaal hartinfarct

Bij een subendocardiaal hartinfarct sterft de hartspier af over één derde of de helft van zijn totale dikte door gebrek aan bloed. Omdat het subendocardiale deel van de hartspier (de gladde binnenkant van het hart) altijd al het minste bloed krijgt toegevoerd, is de hartspier daar het meest kwetsbaar en raakt het eerst beschadigd bij elke storing in de bloedvoorziening.

Oorzaken

De meest voorkomende oorzaak van een hartinfarct is afsluiting van een kransslagader door atherosclerose. Als gevolg daarvan stroomt er plotseling minder bloed door de kransslagader. Hoewel die afsluiting in de loop van enkele dagen vanzelf kan verdwijnen, is de hartspier inmiddels vaak al onherstelbaar beschadigd.

Bloedvoorziening van het hart

Het hart wordt van bloed voorzien door twee kransslagaders die ontspringen aan de aorta.

De linkerkransslagader splitst zich in twee takken. De eerste tak vervoert bloed naar zowel de linker- als de rechterhartkamer en het septum (de gespierde wand tussen de twee hartkamers). De tweede tak, de ramus circumflexus, loopt naar de linkerboezem, de linkerrand van het hart en de onderkant van de linkerhartkamer.

De rechterkransslagader vervoert bloed naar de rechterboezem, de rechterhartkamer en een deel van het septum.

Het kan per persoon enigszins verschillen welke slagader de belangrijkste rol vervult. Iedere aandoening die leidt tot een verminderde bloedstroom in de kransslagaders kan een hartinfarct veroorzaken in het gebied dat door de betreffende slagader van bloed wordt voorzien.

Verschijnselen van een hartinfarct

Het voornaamste verschijnsel van een hartinfarct is pijn op de borst, een pijn die wordt vaak omschreven als een benauwend, beklemmend en zwaar gevoel. Deze pijn is hevig, houdt dikwijls lang aan en kan uitstralen naar de keel, hals, armen, rug en de bovenkant van de buik. De meeste patiënten hebben last van ademnood. Daarnaast kunnen symptomen optreden als flauwvallen, zweten, een bleke huid, angstgevoelens, misselijkheid en braken. Het kan echter ook gebeuren dat een hartinfarct geen enkel verschijnsel met zich meebrengt en dan wordt van een 'stil' infarct gesproken.

Diagnose van een subendocardiaal hartinfarct

De diagnose van een acuut hartinfarct wordt in eerste instantie door elektrocardiografie (ECG) bevestigd. Dit onderzoek registreert de elektrische activiteit van het hart en geeft deze weer in een golfpatroon. Een subendocardiaal infarct kan worden herkend aan kenmerkende afwijkingen op het ECG.

Andere onderzoeken voor de diagnose van een hartinfarct

Er zijn een aantal onderzoeken waarmee het hart in beeld kan worden gebracht. Met behulp van echocardiografie kan een indruk worden gekregen over de plaats en grootte van het hartinfarct. Het gedeelte van de hartspier dat door het infarct beschadigd is, trekt niet goed meer samen en is zo te herkennen.

Coronairangiografie is een onderzoek waarmee de bloedvoorziening van het hart door de kransslagaders in beeld gebracht kan worden. Het hartinfarct bevindt zich op de plaats waar de kransslagader is afgesloten.

Bij een hartinfarct sterft een deel van de hartspier af door gebrek aan bloed en zuurstof. Uit het getroffen deel van de hartspier komen bepaalde enzymen vrij, die met een bloedonderzoek kunnen worden opgespoord. De hoeveelheid van deze vrijgekomen enzymen is een maat voor de grootte van het hartinfarct.

Behandeling

Bij een hartinfarct treedt een noodsituatie op en de levenskansen van de patiënt kunnen afhangen van de snelheid waarmee medische hulp wordt verleend. In eerste instantie worden eventuele levensbedreigende hartritmestoornissen, zoals kamerfibrilleren, verholpen met behulp van een zogeheten defibrillator. De patiënt krijgt zuurstof, een infuus en sterke pijnstillers toegediend. Als het acute levensgevaar is afgewend, is de eerste prioriteit het herstellen van de bloedstroom door de kransslagader om daarmee de schade aan de hartspier zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Hoe eerder de bloedstroom naar de hartspier is hersteld, hoe beter de vooruitzichten voor de patiënt zijn. Daarom wordt deze behandeling vaak al direct na aankomst van de ambulance begonnen. Medicatie bestaat uit thrombolytica (middelen die bloedstolsels oplossen) en anticoagulantia (middelen die de vorming van bloedstolsels tegengaan).

Voor de vervolgbehandeling van een hartinfarct moet de patiënt in een ziekenhuis worden opgenomen, waar de reeds ingezette behandeling wordt voortgezet. In sommige gevallen is het gebruik van thrombolytica niet mogelijk en kan het nodig zijn over te gaan tot angioplastiek (het zogeheten dotteren) om de bloedvatafsluiting op te heffen. Bij bepaalde patiënten is angioplastiek ook nodig ondanks eerdere behandeling met medicijnen. Hartritmestoornissen moeten, zoals gezegd, worden gecorrigeerd. Naast inname van medicatie zijn veranderingen in levensstijl (roken, alcohol, eetgewoonten en lichaamsbeweging) meestal vereist om de kans op herhaling zoveel mogelijk te verkleinen.

Complicaties van een hartinfarct

De complicaties van een hartinfarct zijn onder meer aritmieën (hartritmestoornissen), hartfalen en myocardruptuur (scheuring van het beschadigde deel van de hartspier). Een beschadigde hartwand kan ook uitstulpen als het hart zich samentrekt. Er is dan sprake van een hartaneurysma. Verdere complicaties ontstaan als bloedstolsels uit het hart door de bloedstroom worden meegevoerd en elders een bloedvat afsluiten (embolie), waardoor schade kan worden toegebracht aan andere organen, bijvoorbeeld de hersenen. Een hartinfarct is een ernstig gezondheidsrisico.

Bij een subendocardiaal infarct is het risico van een embolie wat groter, terwijl myocardruptuur en hartaneurysma's juist minder vaak voorkomen dan bij andere typen hartinfarct.

Meer informatie

Informatie van de Hartstichting
www.hartstichting.nl (hartinfarct)
www.hartstichting.nl (hartfilmpje of elektrocardiogram)
www.hartstichting.nl (echocardiografie)

(Engels) Informatie van de National Library of Medicine (USA)
www.nlm.nih.gov

Boon, N.A., Fox, K.A.A., Bloomfield, P. (1999), "Diseases of the cardiovascular system", in: Haslett, C., Chilvers, E.R.E., Hunter, J.A.A. & Boon, N.A. (eds.), Davidson's Principles and Practice of Medicine, 18th Ed, Churchill Livingstone, London.

Camm, A.J. (1999), "Cardiovascular disease", in: Kumar, P. & Clark, M. (eds.), Clinical medicine, 4th Edn, Harcourt Publishers Limited, London.

Jaffe, A.S., Davidenko, J. (2001), "Diagnosis of Acute Myocardial Ischaemia and Infarction", in: Crawfors, M.H., DiMarco, J.P. (eds.), Cardiology, Mosby, London.

Schoen, F.J., (1999) "The Heart", in: Cotran, R.S., Kumar, V., Collins, T. (eds.), Robbins pathologic basis of disease, 6th edition, W.B.Saunders, Philadelphia.

Bron: LSHTM
Copyright: Medic Info
Datum: 21/04/2005