Glutenovergevoeligheid |
Inleiding
Oorzaken
De aandoening coeliakie is al sinds de vorige eeuw bekend, de oorzaak bleef lange tijd een raadsel. De Nederlandse kinderarts Karel Dicke ontdekte in de jaren veertig van de vorige eeuw dat gluteninname de oorzaak is van de klachten die worden gezien bij coeliakie. Tegenwoordig weten we dat het vooral gaat gluten die gliadine bevatten. Waarom inname van gluten bij sommige mensen problemen geeft, is nog niet precies bekend. Er zijn aanwijzingen dat erfelijke aanleg een rol speelt. Maar niet iedereen met deze aanleg krijgt ook daadwerkelijk coeliakie. Mogelijk zijn er andere factoren die een rol spelen.
Coeliakie is een zogenaamde auto-immuunziekte. Dat wil zeggen dat bij mensen met coeliakie het afweersysteem antistoffen maakt tegen de eigen darmcellen wanneer ze gluten eten. Gluten zijn in principe onschuldige stoffen, niet-giftig en voedzaam, maar bij mensen met coeliakie reageert het lichaam toch zeer heftig op deze gluten. Het afweersysteem van deze mensen herkent de gluten als "gevaarlijk" en er ontstaat een darmontstekingsreactie.
Hierdoor wordt het slijmvlies in de dunne darm aangetast. De ernst van de aandoening kan sterk variëren.
Verschijnselen
Niet opgenomen bouwstoffen verlaten met de ontlasting weer het lichaam. Als gevolg hiervan kunnen klachten ontstaan als chronische diarree, verstopping, groeistoornissen, humeurigheid en vermoeidheid. Ook kunnen tekorten ontstaan aan onder meer vitamines en ijzer. Andere voorkomende symptomen zijn, een onregelmatige, vettige, smeuïge en stinkende ontlasting, gewichtsverlies, opgezette buik, winderigheid, gebrek aan eetlust, braken, slaperigheid, botontkalking, late puberteit, spierklachten, vruchtbaarheidsproblemen, zenuwaandoeningen en psychische klachten. De verschijnselen kunnen per patiënt verschillen.
Bij kinderen beginnen de klachten meestal kort nadat ze voor het eerst voedsel met granen eten. Wordt coeliakie op latere leeftijd vastgesteld, dan kan blijken dat de overgevoeligheid voor gluten zich pas later heeft ontwikkeld. Waarschijnlijk is echter dat deze mensen de aandoening al hun hele leven hebben, maar doordat zij zo weinig klachten hadden, is er nooit aan coeliakie gedacht.
De enige manier om deze klachten te voorkomen of te bestrijden is het volgen van een dieet waarin gluten niet voorkomt.
Dankzij het glutenvrije dieet kan het dunne darmslijmvlies zich herstellen. Heeft men eenmaal een overgevoeligheid voor gluten, dan blijft die het hele leven bestaan. Telkens wanneer de darmwand met gluten in aanraking komt, ontstaat er een beschadiging. Het dieet moet men dan ook het hele leven blijven volgen. Bij niet behandelde coeliakie bestaat een verhoogde kans op complicaties, zoals onder andere verminderde fertiliteit, miskramen, botontkalking, neurologische en psychische problemen.
Bepaalde aandoeningen treden veelvuldig op samen met coeliakie. Zo kan een aantal mensen met coeliakie niet tegen melksuiker (lactose). Dit wordt ook wel lactose-intolerantie genoemd. Tevens wordt bij mensen met coeliakie vaker diabetes mellitus (suikerziekte) gevonden dan bij de rest van de bevolking. Ook een te snelle werking van de schildklier komt meer bij coeliakiepatiënten voor. Coeliakie wordt bovendien iets frequenter gezien bij mensen met het syndroom van Down.
Een huidaandoening die aan coeliakie verwant is, is dermatitis herpetiformis. Het wordt ook wel 'coeliakie van de huid' genoemd. Ook deze ziekte ontstaat door een overgevoeligheid voor gluten.
Diagnose
Behandeling
Meestal herstelt de darmwand zich door het glutenvrij dieet, zodat ook de darmwerking herstelt en alle klachten verdwijnen. Het herstel neemt enkele maanden tot een jaar in beslag. Coeliakiepatiënten zijn hun hele leven gebonden aan het volgen van het strikte dieet. De geringste hoeveelheid gluten kan weer een beschadiging van de darmwand veroorzaken.
De behandeling van dermatitis herpetiformis bestaat, naast gerichte medicatie, eveneens uit het volgen van een glutenvrij dieet. Mensen met een lactose-intolerantie moeten niet alleen een dieet volgen dat geen gluten bevat, maar dat ook weinig lactose bevat. Dit lactosebeperkt dieet is meestal tijdelijk.
Na enige tijd wordt beoordeeld of de klachten verdwenen zijn en het bloedbeeld verbeterd is. Ook een darmbiopsie moet een sterk verbeterd beeld geven. Eventueel kunnen gluten tijdelijk in de voeding worden geïntroduceerd. Als het dunne darmbiopt daarna weer afwijkingen vertoont, staat de diagnose coeliakie vast.
Meer informatie
Bron: Corien Maljaars |
Copyright: Medic Info |
Datum: 29/06/2010 |

